Nijlgans

Afrikaanse soort die sinds het einde van de jaren ’60 in Nederland een gewone verschijning is geworden. Ontsnapte siervogels wisten zich net als in andere West-Europese landen goed te handhaven. Inmiddels is de nijlgans niet meer weg te slaan uit Nederlandse natuur- en weidegebieden en stegen de aantallen enorm. Komt vooral voor in het westen en noorden van het land en langs de grote rivieren. In de vlucht vallen de zwart-witte vleugels op. Verdedigt zijn territorium fel.

Nijlganzen zijn vaal grijsbruin gekleurd met roodbruine bovendelen. Op de borst zit een donkere vlek en de kop en hals zijn lichter, met een opvallende donkere vlek rondom het oog. De vleugels zijn zwart met een groenglanzende spiegel en een groot wit vlak. Roze, lange poten. Heeft vaak een opgerichte houding. Jonge nijlganzen zijn lichter van kleur en hebben geen vlekken rond oog en op de borst.

Geluid
Man heeft een hees herhaalde roep met soms een versnelling. Roep van de vrouw lager en harder; meer snaterend en soms versnellend. Bij gevaar blazen beide.